De geschiedenis van sport

In de jaren veertig en vijftig had het woord een verschillende betekenis voor verschillende soorten activiteiten. Voor verschillende activiteiten had het woord “sport” een verschillende betekenis (zoute spijzen bijvoorbeeld konden worden gedefinieerd als sport, maar delicatessen, als voedingsmiddel, als sport). Terwijl het begon als een technische omschrijving van de woordenschat, werd sport in het gebruik in de 20e eeuw soms beschouwd als een allesomvattende omschrijving vol jargon. Enkele voorbeelden:

Sport wordt in het woordenboek gedefinieerd als een activiteit waarbij competitie, planning of onderzoek een rol spelen. Tegen de jaren 1940 was het gebruik verschoven naar het waarderen van competitie, planning en onderzoek als de activiteiten die tot “echte” sportactiviteit leidden. Vanuit dit perspectief kwam sport te staan voor een menselijke activiteit waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen individu en team, activiteit voor individuele voldoening en plezier die ook een baan is, of beide.

Sport had dus twee betekenissen: “ateraal” (iets dat wordt vastgehouden, gedaan, gebruikt, waargenomen) en “directioneel” (de prestatie of activiteit van een individu of een team).

In de jaren 1860 hadden golfclubs geen invloed op het spel zelf, maar werd het een “Sovereerent consumentenproduct”. Door het groeiende professionele spel van 1874 tot 1890 werd golf steeds minder een “sport voor heren” uit de oudere tijd (Massivenevergolf). Het was in de jaren 1860 in de mode en bleef in de mode tot het einde van de katoenhausse.

Bij honkbal werd voor een andere aanpak gekozen. In de begindagen van het honkbal gingen de oorspronkelijk ingevoerde regels (19e-20e eeuw) betreffende de lengte van de honken (b.v. thuisplaat – thans 9-slag), het aantal slagmensen (voorbij 2 slag), de lengte van een wedstrijd (geen honkbalwedstrijd eindigt na 7 innings reglementair spel), en het scoren van slagmensen (overleeft een ‘slaan van de bal op de opening gebeurtenis’ om door te gaan) alle in de richting van meer sportiviteit. De ‘Ruth Rule’ van 1920 werd nu ‘Banning of the Bases’- waarbij de eerste honkman de bal moest verzamelen en naar de vanger moest gooien (waardoor een rally effectief werd beëindigd). Deze trend zette zich voort tot het punt dat honkbal werd gezien als een business – veel geld, werd een sport.

In 1920 voerde het honkbal instant replay in (nu Helm en Oog genoemd). Hierdoor konden spelers beoordelen of een homerun of een ground-out bal correct was uitgevoerd. Ook dit leidde tot een heropleving van het historisch behoud in het spel. Het is dan ook geen verrassing dat posities nu goed gedefinieerd zijn en dat spelers (attermanent en plaatsvervangend) grote salarissen verdienen. Speler- managers worden gezien als managers van teams. Niet alleen de naam van het team maar de hele organisatorische gedragscode wordt herhaald in termen van discipline, erecode, eenheid, tevredenheid en sportief gedrag. Het is interessant dat de traditionele sportiviteit (boten van mannen, spelen met eer, eerlijkheid en goede sportiviteit) niet meer aanwezig is in een groot deel van de dagelijkse wereld van het honkbal. De heroplevende belangstelling voor “onderhoudssporten” (gymnastiek, zwemmen, lacrosse, atletiek, enz.) is deels te wijten aan de belangstelling voor het spelen als een onwerkbare democratisering van (het losmaken van voornamelijk) middenklasse professionals.

Sport als organisatie

Technologie heeft een transformerend effect gehad op sporten omdat de “sportorganisatie” is getransformeerd in de “sportindustrie”. Dit heeft geleid tot een versnelling van het onderzoek naar menselijke bewegingen, psychologie en fysiologische grondslagen van prestaties, alsook naar de affectieve ontwikkeling van individuele sporters ( Vincent cite Lauderdale-Evisseau 2003). In het “amusementstijdperk” van de eenentwintigste eeuw worden sporters steeds meer adolescenten en het gebrek aan effectief leren zonder de aanwezigheid van volwassen begeleiding. Door deze geschikte omgeving zijn aangesloten sportorganisaties in staat geweest munt te slaan uit technologieën als gecomputeriseerde statistiekenverzameling, EduKick/E Hof, digitale sportscoreborden en camera’s om commerciële sponsors, hun doelstellingen en hoe vaak ze winnen in beeld te brengen. Dit helpt uiteindelijk om het commerciële aspect van sport in zijn geheel te voeden.

Lees meer:

sportschool Rotterdam

personal trainer Rotterdam

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *